Via de schuifbaan kruipt Museum Arnhem over het randje

Via de schuifbaan kruipt Museum Arnhem over het randje

Bouwen op het randje van een stuwwal is een uitdagende operatie.

Het Museum Arnhem lost het op door zijn nieuwe museumzalen boven de vaste grond op te bouwen en vervolgens uit te schuiven.

Het forse overstek heeft daardoor geen ondersteuning nodig.

Uitschuiven is als techniek bekend uit de bruggenbouw, maar in de utiliteitsbouw is het zelden nodig. Bij het Museum Arnhem is dat net even anders, want dat staat op het randje van een stuwwal – een door een ijstong opgestuwde heuvelrug. Een prachtige plek voor een uitbreiding, omdat het vrij zicht biedt over de Rijn en zijn uiterwaarden, maar ook een lastige. Er zou een enorme steigerconstructie nodig zijn voor de vijftien meter uitkraging. “We willen voorkomen dat de stuwwal gaat afschuiven en gaan er dus niet te veel in rommelen”, vertelt projectleider André de Gelder van Rots Bouw bij de afgrond die vlak achter het bestaande museumgebouw begint. “Daarom maken we eerst de kelderbak en zetten er daarna een grote doos bovenop. Die schuiven we vervolgens uit met behulp van vijzels.”

Spektakelstuk

De schuifoperatie onder leiding van specialist CT De Boer belooft het spektakelstuk te worden van het project. Om maximale stijfheid van de constructie te bereiken, bedacht constructeur Pieters Bouwtechniek voor het overstek een constructie met zes meter hoge stalen vakwerkspanten. Het dak ervan is licht uitgevoerd in staal om de belasting op de vakwerken te beperken. Nadat de kanaalplaatvloeren zijn geplaatst, wordt het doosvormige bouwvolume met behulp van hydraulische vijzels naar buiten gedrukt over zware stalen liggers (HE400). Die vormen een tijdelijke basis. Als de bovenbouw centimeter voor centimeter is uitgeschoven en 11,4 meter naar buiten steekt, zit het eerste deel van het traject erop. Rots bouwt vervolgens het tweede deel van de bovenbouw, als een soort contragewicht. Daarna schuiven de vijzels hem nog eens 4,8 meter verder.

Als de uitschuifoperatie is voltooid moeten de vijzels nog één keer aan de slag. Dit keer om de bovenbouw een stukje op te krikken. De bouwer kan dan de schuifbaan verwijderen en de definitieve betonnen dragers bouwen. Daarna wordt de doos onwrikbaar vastgebout op de hoofddraagconstructie.

Reactief glazuur

Ondanks de grote stijfheid van de staalconstructie is de verwachting dat de uiterste punt van de overstek zo’n zeven centimeter gaat doorbuigen. De aannemer gebruikt ballast om te voorkomen dat het misgaat bij het plaatsen van de glaspuien en de tegelafwerking. “Het gewicht van de gevels nemen we in de vorm van big bags mee bij het schuiven”, vertelt projectorganisator Maarten Rots. “Telkens wanneer we gewicht aanbrengen in de gevel, halen we wat ballast weg.” Dus: als de tegelzetters een vierkante meter tegels tegen de gevel hebben gelijmd, scheppen ze een berg zand uit de big bags op de vloer van het overstek.

Dat wordt heel wat keren scheppen, want Koninklijke Tichelaar – Nederlands oudste bedrijf (1572) – ontwikkelde duizenden keramieken tegels van 15 bij 15 centimeter met reactief glazuur. Deze verlopen in kleur van mat bruin aan de straatkant naar ijswit aan rivierkant.

Schroefinjectiepalen

Op dit moment werkt de bouwer in de diepte achter het bestaande pand aan de kelder van de nieuwbouw. Voor het funderingswerk moest Rots Bouw zo’n acht meter grond afgraven. Dat vereiste de nodige omzichtigheid. Het Rijksmonument waarin het museum nu zit is op staal gefundeerd – het heeft alleen een gemetselde voet. “Om te voorkomen dat het gebouw in de bouwput zou mieteren hebben we eerst een wand van grondverdringende schroef-injectiepalen gemaakt”, vertelt Rots. “Die hebben we vastgezet met grondankers.”

In de acht meter diepe put maakte de bouwer een halve meter dikke funderingsvloer. Rondom worden forse kolommen opgebouwd die straks de staalconstructie moeten dragen. De opbouw gebeurt met behulp van een holle wandsysteem. Dat is snel bouwen en het levert gegarandeerd gladde en waterdichte wanden op. Na stellen en afschoren van de prefab betonwanden en afvullen met beton zijn de wanden meteen klaar voor gebruik. Voorzieningen voor elektra zijn eenvoudig weg te werken in de holle wanden.

Museum op de schop

Het werk aan het Museum Arnhem is niet alleen een nieuwbouwopgave, ook het bestaande museum gaat op de schop. Het hoofdgebouw uit 1873 met zijn twee museale vleugels wordt in oude luister hersteld. Een later aangebouwde vleugel uit 1956 is begin dit jaar gesloopt. Het plan van Benthem Crouwel Architects maakt een einde aan het gesloten karakter van het museum. “Met zijn twee naar binnen gekeerde vleugels en afgesloten binnentuin leek het op een man die met zijn armen op tafel en gebogen hoofd aan tafel zit”, zegt De Gelder. “Door een vleugel te verwijderen en de tuin te openen opent het museum zijn armen juist voor de bezoekers.”

Het statige hoofdgebouw aan de Utrechtsestraat werd destijds gebouwd als herensociëteit voor uit Nederlands-Indië teruggekeerde suikerplanters. In de centrale ruimte onder de hoge koepel konden de heren een hapje eten, een borrel drinken of een sigaar roken. Een trap voerde naar een omloop een meter of vijf hoger, waar meer ruimte was voor de tafelende heren.

Herstel sociëteitsruimte

Het gebouw behield zijn originele functie niet lang, al in 1920 trok het museum erin met zijn collectie van stadshistorie en moderne kunst. Ter maximalisatie van het vloeroppervlak werd de originele omloop dichtgemaakt. Het leverde een compleet nieuwe verdiepingsvloer op, maar ging ten koste van het vrije zicht.

Het plan van Benthem Crouwel herstelt de sociëteitsruimte in oude luister. Rots Bouw heeft hem inmiddels gestript en de gipswandjes tussen de originele gietijzeren kolommen gesloopt. Dat maakt een einde aan het hokkerige aanzien. De verdiepingsvloer is weer opengebroken. De begane grond biedt daardoor weer vrij zicht op de houten koepel. Die baadt ineens in het licht. Tijdens de sloopwerkzaamheden kwam een raampartij in het zicht die waarschijnlijk zo’n zeventig jaar verborgen was achter later aangebrachte betimmeringen. De ramen op de begane grondlaag worden vergroot tot dubbele deuren, waardoor de ruimte helemaal open kan. Dat maakt de entreehal en het achtergelegen restaurant straks tot een heldere, open ruimte.

Reconstructie houten deuren

Een pijporgel dat nog stamde uit de sociëteitstijd is gedemonteerd en krijgt een plekje elders in Arnhem. Rots Bouw herstelt ook de hoofdentree van het gebouw. De originele houten deuren worden waar nodig in samenspraak met Monumentenzorg en de Rijksgebouwendienst gereconstrueerd. De trap naar de verdieping wordt vervangen door een nieuw, ruimer exemplaar.

De directe omgeving rondom het museum ademt evenzeer geschiedenis. In de tuin, die nu dienst doet als beeldenroute, zijn nog twee gepantserde schuttersputjes te vinden van waaruit de Duitse Wehrmacht de nabijgelegen bruggen onder vuur nam bij de Slag om Arnhem. Het museum raakte destijds zwaar beschadigd, maar werd weer opgelapt.

Om het museumpubliek te betrekken bij de verbouwing is er sinds september een looproute met informatiepanelen. Bezoekers kunnen tot dichtbij de bouwwerkzaamheden komen. De verwachting is dat het druk gaat worden in oktober, omdat dan de uitschuifoperatie van start gaat. De Gelder: “Het zet het museum nog eens extra in het zonnetje. Uiteindelijk draait het daar toch allemaal om?”

DEEL DIT ARTIKEL
By |2020-09-29T08:17:44+00:00september 29th, 2020|Nieuws|0 Comments